Posts tonen met het label Derksen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Derksen. Alle posts tonen

vrijdag 23 juni 2017

Overleven in Lent - deel 5: Een tweede huwelijk

Jenneke Dijckman (1745 – 1827), oudovergrootmoeder


Ik heb het al eerder gehad over de grote kindersterfte in 1783. Deze treft op 5 en 10 september ook het gezin Derksen en in de nasleep overlijdt eveneens vader Christiaan, op 5 oktober. We weten niet precies hoe oud hij dan is. Waarschijnlijk een jaar of 50. Misschien is hij de Christian Derksen die op 6 november 1735 in Lent is gedoopt, al is het vreemd dat hij dan geen van zijn 15 kinderen naar een van zijn ouders heeft vernoemd.

Hij laat een vrouw en kinderen na, staat in het register. Dat zijn er waarschijnlijk zes, totdat ook Jan sterft, 13 dagen later. De jongen, die als enige van negen kinderen uit Christiaans eerste huwelijk getuige was van diens tweede, wordt 17 jaar oud. Jenneke blijft achter en hertrouwt pas tweeënhalf jaar later.

Ik heb de indruk dat weduwnaars met jonge kinderen sneller hertrouwen dan weduwen. Is daar onderzoek naar gedaan? Enerzijds valt dit te verklaren door de grotere zelfredzaamheid van moeders met kinderen, anderzijds valt in zo’n gezin de belangrijkste inkomstenbron weg.


Hoe dan ook, Jenneke hertrouwt op 25 mei 1786 te Lent met Daniel Castein. Weer een huwelijk dat een groot leeftijdsverschil kent, al is zij nu de oudere:  40 of 41 jaar, hij is 27. Zo’n leeftijdsverschil noopt tot speculeren. Wat maakt een oudere weduwe met vijf kinderen een goede partij voor een jonge vrijgezel? Antwoord: bezit. Ze heeft zich immers ook die tweeënhalf jaar weten te bedruipen.

Bestiert ze nu de herberg/ het logement in haar eentje? Ze zou niet de eerste weduwe zijn die het bedrijf van haar man voortzet. Het is een van de weinige mogelijkheden voor een financieel onafhankelijk bestaan die een vrouw in de achttiende eeuw heeft. Aan de andere kant is Daniel misschien wel een kreupele lelijkerd die allang blij is dat hij een vrouw aan de haak heeft geslagen. Zoals zo vaak met dit soort speculaties: we zullen het nooit weten.

Jenneke krijgt met Daniel nog twee kinderen. Christina in 1788 en Anna een jaar eerder. Anna is een van mijn oudgrootmoeders. Jenneke overleeft ook Daniel, ondanks het leeftijdsverschil. Hij overlijdt in 1825, 66 jaar oud, na een huwelijk van bijna veertig jaar.    

Met grote dank aan de website van de Lentse Historische Kring, waar ik veel informatie over de geschiedenis van Lent heb gevonden.

dinsdag 20 juni 2017

Overleven in Lent - deel 4: Een oud vrouwspersoon

Jenneke Dijckman (1745 – 1827), oudovergrootmoeder


Lent bestaat in deze tijd uit twee helften, gelegen ter weerszijden van de Grift (een gedempt kanaal). Ten oosten woont de agrarische bevolking die grotendeels katholiek is gebleven, aan de andere zijde de hoofdzakelijk protestantse bevolking, die zich bezighoudt met handel, verkeer en dienstverlening. Omdat Jenneke protestants is, leeft zij met haar gezin waarschijnlijk in dat laatste gedeelte. Een andere aanwijzing daarvoor is het vreemde bericht dat juli 1774 in het begrafenisregister is genoteerd:
‘Op den 13 Julij sterft ten huijzen van Christ Derksen een oud vrouwspersoon uijt den Elzas gen: Marjan en is begraven op den 15: dito, Pro deo’

Jenneke is inmiddels vijf jaar getrouwd met Christiaan, heeft in 1770 een zoontje Willem gekregen, twee jaar later dochter Johanna en in februari 1774 nog een zoon: Gerrit. Deze zijn juli 1774 allen nog in leven. Verder loopt de inmiddels zevenjarige Jan nog door het huis, dus je zou zeggen dat ze genoeg omhanden heeft.

Toch lijkt het erop dat ze met haar man een herberg of logementshuis drijft, ofwel tenminste iets bijverdient met het laten overnachten van reizigers die de overtocht van en naar Nijmegen maken. Hoe verzeilt anders een oude vrouw uit de Elzas in een woonhuis te Lent?

Het bericht roept meer vragen op. Wat doet een oude vrouw zo ver van huis, in een tijd dat het maken van grote reizen geen usance is? Reist ze alleen? Ze is pro deo begraven, dus eventuele medereizigers waren arm of niet bereid voor haar begrafenis te betalen.

Het is trouwens bijzonder dat de begrafenis niet anoniem is. Meestal lees je in begrafenisregisters ‘een soldaat’, ‘een reiziger’, ‘een vreemdeling’. Deze keer heeft de overledene kans gezien haar identiteit over te brengen zodat we nu weten dat de oude vrouw, die overlijdt in het huis van Christiaan en Jenneke, Marjan (vernederlandsing van Marianne?) uit de Elzas is.

Met grote dank aan de website van de Lentse Historische Kring, waar ik veel informatie over de geschiedenis van Lent heb gevonden.

vrijdag 16 juni 2017

Overleven in Lent - deel 2: Kindersterfte

Jenneke Dijckman (1745 – 1827), oudovergrootmoeder




Jenneke woont inmiddels in Lent, een dorp dat een paar kilometer ten zuiden van Ressen tegenover Nijmegen aan de Waaloever ligt. Ze is 24 of 25 jaar oud als ze op 5 november 1769 voor het altaar staat met Christiaan Derksen, een weduwnaar uit hetzelfde dorp.

We weten niet wie nog meer in de ijskoude kerk zitten. Haar vader is overleden, want haar moeder hertrouwt in 1755. Wellicht is zij aanwezig bij de bruiloft van haar dochter. Jenneke’s vier broers en twee zussen hebben na hun doop geen sporen nagelaten, wat het ergste doet vermoeden, zeker als we weten hoe het Christiaan is vergaan.

Die is een stuk ouder dan Jenneke, en elf jaar eerder al in Lent getrouwd met Anneke van Leijden, die hem negen kinderen schenkt. De eerste zes halen geen van allen de twee jaar. Pas de zevende, Jan, leeft lang genoeg om als driejarig jongetje het tweede huwelijk van zijn vader mee te maken. Het achtste kind sterft na negen maanden, het negende komt op 24 mei 1769 levenloos ter wereld en neemt twee dagen later zijn moeder mee in de dood. Hoe vreselijk ook, voor Jenneke is het natuurlijk wel prettig dat Christiaan maar één kind inbrengt uit zijn eerdere huwelijk. Het belooft echter weinig goeds voor het lot van haar eigen kinderen.


De kindersterfte in Lent neemt in deze periode ontstellende vormen aan. Bladerend door het register kom je golven kinderbegrafenissen tegen, die doen vermoeden dat de belangrijkste oorzaken infectieziekten zijn. Pokken wordt met name genoemd, maar (kinder)ziekten als mazelen en roodvonk zullen ook een rol hebben gespeeld, net als dysenterie en cholera.


Zo sterven in augustus en september 1783 tweeënveertig kinderen. Als je bedenkt dat Lent in die tijd nog geen 1.000 inwoners telt, is dat zo’n 5% van alle kinderen. Binnen twee maanden tijd.

Waarom juist Lent? Het dorp is de laatste oversteekplaats aan de Waal en heeft een drukbevaren verbinding met Nijmegen middels een gierpont. Reizigers nemen iedere dag verse ziekten met zich mee, slaan proviand in, ontlasten zich terwijl ze op het veer wachten en overnachten in logementen en bij bewoners. Mogelijkheden genoeg voor ziekteoverdracht. Tel daarbij de drassige omgeving, gecombineerd met regelmatige overstromingen, en je hebt een perfecte cocktail voor infectieziekten.


Jenneke zal met Christiaan zeven kinderen krijgen, waarvan vier haar met zekerheid overleven. De andere drie overlijden waarschijnlijk jong, waarvan eentje aan de pokken. Ze doet het voor Lentse begrippen dus lang niet slecht.

Met grote dank aan de website van de Lentse Historische Kring, waar ik veel informatie over de geschiedenis van Lent heb gevonden.