Posts tonen met het label Koster. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koster. Alle posts tonen

zondag 2 juli 2023

De andere verbondenheid

Jan Arends Strijker ten Hoorn (1660 – 1758)
Fijgje Peters Kramer (1664 – 1754)
Hendrik Huberts (1855 – 1942)
Geesje Koster (1853 – 1895)

Als mijn overgrootouders Geesje Koster en Hendrik Huberts elkaar in het gemeentehuis van Hoogeveen het jawoord geven, weten ze vermoedelijk niet dat ze ook nog op een andere manier met elkaar zijn verbonden. 

Ondertekening huwelijksakte Hendrik Huberts en Geesje Koster

Het is dan zaterdag 21 juli 1877. Die andere verbondenheid begint 182 jaar eerder, in 1695. Op 8 juli van dat jaar gaan in Amsterdam Jan Arends Strijker ten Hoorn* en Fijgje Peters Kramer met elkaar in ondertrouw. Later die maand trouwen ze in Hoogeveen, waar ze ook gaan wonen. Jan is geboren in Amsterdam, werkte daar als bakker maar woont ten tijde van de ondertrouw al in Hoogeveen. Fijgje is geboren in Beulake in Overijssel. 

Het echtpaar krijgt vijf kinderen, allemaal meisjes. Twee daarvan gaan we volgen: Aafke en Arentien. Aafke wordt in ca. 1700 geboren en Arentien komt in september 1709 ter wereld. 

We beginnen met Aafke. Zij trouwt rond 1730 in Hoogeveen met Hendrik Andries Veltman, een vervener en schipper. Omdat Hendrik in Hoogeveen woont is hij waarschijnlijk turfschipper. Het echtpaar krijgt vier kinderen, twee meisjes en twee jongens. We volgen dochter Annigje.

Annigje Hendriks Veltman trouwt ca. 1750 met Jan Hendriks Kroesen, waarschijnlijk te Hoogeveen. Ze krijgen 8 kinderen, waarvan we Janna, de op een na jongste, volgen. 

Janna Jans Kroesen trouwt met Arent Koenderts Scholten. Ik weet niet wanneer, maar aangezien hun eerste kind in februari 1789 wordt geboren, zal dat in 1787 of 1788 zijn geweest. Arent is een arbeider en Janna krijgt met hem negen kinderen. We volgen de oudste, Maggeltje. 

Maggeltje Arends Scholten trouwt op 16 juli 1809 te Hoogeveen met Albert Fredriks Koster. Albert wordt in documenten uit 1812, 1824 en 1847 schipper genoemd, Maggeltje wordt in huwelijksbijlagen van haar jongste zoon Albert in 1852 landbouwster genoemd. De twee krijgen acht kinderen waarvan we de eerder genoemde Albert volgen. 

Albert Koster trouwt op 3 september 1852 te Hoogeveen met Barbera Gruppen. Albert is dan schipper, maar wordt in documenten vanaf 1865 arbeider genoemd. Barbera is ten tijde van haar huwelijk arbeidster. 

Voordat we met de zevende generatie beginnen, gaan we terug naar de eerste generatie. Jan en Fijgje kregen vijf dochters, waaronder Aafke en Arentien. De lijn vanaf Aafke hebben we gevolgd, nu volgen we de nakomelingen van Arentien.

Arentien Jans ten Hoorn trouwt ca. 1732 (ca. 1730 kom ik ook tegen) in vermoedelijk Hoogeveen met Geugjen Hendriks Lunenborg. Arentien is eerder getrouwd geweest en dan waarschijnlijk weduwe. Ze krijgt met Geugjen acht kinderen waarvan we Fijgien volgen. 

Fijgien Geugjes Lunenborg trouwt ca. 1755 met Gerrit Roelofs Knol. Ook hier is de vermoedelijke huwelijkslocatie Hoogeveen aangezien beiden zowel daar ter wereld komen als overlijden. Het echtpaar krijgt zeven kinderen, waarvan we de oudste dochter Arendje volgen.

Arendje Gerrits Knol trouwt met Harm Derks Gort. Wanneer? Vermoedelijk in 1782 of 1783. Waar? Waarschijnlijk Hoogeveen. De twee krijgen vier kinderen waarvan we de oudste, Gerrit, volgen. 

Gerrit Harms Gort trouwt op 30 mei 1818 te Hoogeveen met Aaltje Harms Boer. Gerrit wordt in diverse documenten afwisselend arbeider, daghuurder en landbouwer genoemd. Aaltje wordt in de huwelijksakte dienstmaagd genoemd, wat we tegenwoordig dienstbode zouden noemen. Ze krijgen zeven kinderen, waarvan we de op een na oudste volgen, Arendje.

Arendje Gort trouwt op 21 juli 1877 te Hoogeveen met Jan Huberts. Jan wordt in documenten schippersknecht en schipper genoemd, Arendje is ten tijde van haar huwelijk een dienstmeid.   

We hebben nu beide lijnen, die van Aafke en Arentien, helemaal gevolgd. Vanaf hun ouders, Jan Arends Strijker ten Hoorn en Fijgje Peters Kramer hebben we zes generaties doorlopen. Maar wat hebben die met Geesje Koster en Hendrik Huberts te maken, waarmee we dit verhaal begonnen?

Welnu, de ouders van Geesje Koster en Hendrik Huberts zijn de laatsten van de beide lijnen die we hebben gevolgd. De ouders van Geesje Koster zijn Albert Koster en Barbera Gruppen, de ouders van Hendrik Huberts zijn Jan Huberts en Arendje Gort. 

De andere verbondenheid van het echtpaar bestaat er dus uit dat ze allebei afstammen van Jan Arends Strijker ten Hoorn en Fijgje Peters Kramer, die 182 jaar eerder in Amsterdam in ondertrouw gingen. Een verwantschap die bijna twee eeuwen oud is.    

* Van de namen van de meeste personen die in dit verhaal voorkomen, bestaan meerdere varianten. Ik heb op basis van de mij beschikbare documentatie een keuze gemaakt uit die varianten.  


woensdag 4 januari 2023

Arend

 Arend Huberts (1927 – 1986), vader 

In het Hubertsgedeelte van mijn stamboom hebben 40 voorouders de voornaam Arend. Daarnaast heten er nog 5 Arent en komen de vrouwelijke versies Arendina, Arendje en Arentien 10 keer voor. In totaal komt de naam (en de variaties erop) er dus 55 keer in voor. In mijn Hubertsstamboom staan 3.587 voorouders, waarvan er dus 1,5% Arend heten. Mijn vader is er daar één van. 

Arend Menzo

Mijn vader is vernoemd naar Arend Menzo, de vader van zijn moeder. Dit is keurig volgens de vernoemingsregels, want mijn vader was de tweede zoon. Toch komt de voornaam Arend slechts drie keer voor in de Menzotak. Naast de al genoemde grootvader van mijn vader worden er in oktober 1904 nog twee Menzo’s Arend genoemd, eentje die op 13 oktober 1904 in Avereest ter wereld komt en eentje die op 18 oktober 1904 in Utrecht wordt geboren. Arend is dus geen typische Menzovoornaam. Waar komt deze naam dan vandaan?

Laten we eens verder kijken. Wanneer komt de naam Arend het eerst voor in mijn stamboom? Daar heb ik twee kandidaten voor, waarvan er een in ca. 1560 is geboren en eentje in ca. 1580.

De eerste heet Arend Huigen. Ik weet vrijwel niets van hem, alleen dat hij in 1589 trouwt en minimaal twee kinderen krijgt, Rutger Arents en Derck Arents. Een nazaat van hem, Hendrika ten Napel, trouwt negen generaties later in 1895 met Arend Menzo, de man waarnaar mijn vader is vernoemd. Is Arend dan toch een typische Menzovoornaam? Nou nee, want als ik de tussenliggende negen generaties doorloop, kom ik niet één keer de voornaam Arend tegen, alleen de bovenstaande twee patroniemen.  

Ondertrouw Arent Allertsz en Meijns Jacobs

De tweede heet Arent Allertsz, waarvan ik de geboorteplaats niet ken. Ik weet wel dat hij in 1605 in Amsterdam met Meijns Jacobs trouwt en dat hij dan 25 jaar oud is. Zijn beroep is chirurgijn. In andere documenten wordt hij ook wel barbier genoemd. Opmerkelijk is dat een van zijn kleinkinderen, Sara Hardebol, in 1675 met Johannes Menso trouwt. Er is dus een directere link met de Menzotak dan bij Arend Huigen het geval was, al kom ik ook hier in de tussenliggende generaties de voornaam Arend niet tegen. 

Waar heb ik dan wel een link met eerdere generaties? Ik begin bij Arend Pouwels Strijker Ten Hoorn, die rond 1640 te Amsterdam ter wereld komt. Hij trouwt met een dame waarvan ik de naam niet ken en waarmee hij tenminste één zoon krijgt: Jan Arends Strijker Ten Hoorn. Jan Arends trouwt in 1695 te Hoogeveen met Fijgje Peters Kramer waarmee hij 5 kinderen krijgt, waarvan ze de jongste Arentien noemen. Arentien trouwt, waarschijnlijk ook in Hoogeveen, met Geugien Hendriks Lunenborg. Ze krijgen 8 kinderen, waarvan er eentje Jan Arends heet. Een ander kind, Fijgchjen, trouwt met Gerrit Roelofs Knol, waarmee ze 7 kinderen krijgt, waarvan er eentje Arendje heet. Die Arendje trouwt met Harm Derks Gort, waarmee ze vier kinderen krijgt: Gerrit, Roelofje, Dirk en  Fijchien. De eerste generatie zonder enig spoor van een Arend. Maar het oudste kind, Gerrit, trouwt in 1818 te Hoogeveen met Aaltje Harms Boer en krijgt 7 kinderen met haar, waarvan ze er eentje Arendje noemen. Arend is terug. Arendje trouwt in 1852 te Hoogeveen met Jan Huberts waarmee ze drie kinderen krijgt: Hendrik, Gerrit en Aaltje. Arend is dus weer verdwenen, maar ook nu maakt de volgende generatie het goed. Hendrik trouwt in 1877 te Hoogeveen met Geesje Koster, met wie hij 6 kinderen krijgt. De oudste noemen ze Arendje. Een ander kind, Albert (waarnaar ik ben vernoemd) trouwt in 1921 te Enschede met Trinet Menzo waarmee de link met de Menzo’s weer is gelegd. Zes jaar later krijgt dit echtpaar hun tweede kind, mijn vader. Een vrijwel ononderbroken lijn van (varianten op) de voornaam Arend die 287 jaar lang is. Mijn vader is dus eigenlijk vernoemd naar de man met de ingewikkelde naam Arend Pouwels Strijker Ten Hoorn.

Drie eeuwen lang was de naam Arend populair. In 1927, het geboortejaar van mijn vader, kregen 220 kinderen deze naam. Vlak na de Tweede Wereldoorlog, in 1946, werden zelfs 358 kinderen Arend genoemd en een jaar later 373. Daarna daalt de populariteit gestaag totdat in 2016 nog maar 16 kinderen de naam Arend krijgen. Mijn vader werd (daarom?) nooit Arend genoemd, maar Aart of Huub.   


maandag 12 maart 2018

Een schippersche - Deel 3

Jacoba Haaitsma (1861-1934)


Wat heeft Jacoba gedaan in het jaar tussen 31 augustus 1891 – de dag van haar mishandeling – en 6 augustus 1892 – de datum waarop ze met Albert Koster trouwt? Ja, ze is met hem naar bed geweest, maar waar?

In alle stukken van haar echtscheiding staat dat ze in Smilde woont, en het certificaat van onvermogen is afgegeven door de burgemeester van die plaats. Ze zal echter moeite hebben gehad huur op te brengen en in de huwelijksakte van haar tweede huwelijk staat dat ze in Zwolle woont. Wellicht is ze bij zus Pietertje ingetrokken, die daar dan met haar man en 1 jaar oude dochtertje leeft. Een andere mogelijkheid is dat ze in Zwolle nog steeds op het schip woont waarvan haar ex-man kapitein was. Onwaarschijnlijk ja, maar een mogelijkheid die we niet helemaal mogen uitsluiten, zoals we zullen zien.   

Albert Koster
Zwolle is ook een aannemelijker locatie dan Smilde voor een ontmoeting met een schippersknecht uit Hoogeveen. In tegenstelling tot Hendrik Andijk komt Albert Koster wel uit een typisch schippersgeslacht. Zowel zijn vader Albert, grootvader Albert Frederiks als overgrootvader Frederik Harmens was schipper (van eerdere generaties heb ik het beroep niet weten te achterhalen).

Detail overlijdensakte Albert Koster

Of het huwelijk met Albert wél gelukkig is, weet ik niet. Het duurt in ieder geval nog geen twee jaar, omdat hij al op 2 juli 1894 in Hoogeveen overlijdt 'aan boord van zijn vaartuig, liggende voor de woning van Lambert Harms Botter, streek noord, wijk A, nummer zeven.'

Detail geboorteakte Barbera Koster

In de tussentijd is op 4 februari 1893 het kind geboren waarvan Jacoba tijdens het huwelijk zwanger was: een meisje, Barbera. Aan boord natuurlijk, te Zwartsluis. Als Albert de geboorte aangeeft, zegt hij dat hij schipper is, terwijl hij ten tijde van het huwelijk nog schippersknecht was.

Dit soort zelfverklaarde beroepen kunnen we niet altijd serieus nemen. Ik ben heel wat knechten tegengekomen die bij de aangifte van een geboorte opeens verklaren schipper te zijn. Betrouwbaarder is in dit geval Albert’s overlijdensakte, waarin eveneens staat dat hij schipper is. Blijkbaar is hij eigenaar van een schip geworden of voert hij het bevel over een rederijschip.

Albert Koster jr.
Als Albert overlijdt, is Jacoba in verwachting. Het kind, een zoon die ze Albert noemt (toch een gelukkig huwelijk?), wordt 14 januari 1895 geboren en overlijdt amper twee maanden later, op 4 maart, in beide gevallen aan boord van het schip dat aan de Beestenmarkt in Zwolle ligt.

Detail overlijdensakte Albert Koster jr. 

Hoewel hij maar een paar maanden leeft, is Albert belangrijk. Zoals ik in Deel 1 al schreef, krijg je vaak pas te zien wat een getrouwde vrouw werkelijk doet als ze weduwe is. Ook hier is dit het geval, want zowel in de geboorte- als de overlijdensakte van Albert wordt Jacoba omschreven als ‘doende het schippersbedrijf’.

Geen schippersche deze keer, geen vrouw die met haar echtgenoot meevaart, maar een vrouw die het bevel voert over een binnenvaartschip. Een andere manier om ‘doende het schippersbedrijf’ te interpreteren zie ik niet.

Opeens krijgt alles wat ik over Jacoba weet een andere betekenis. Hoe heeft een dronkenlap als Hendrik jarenlang schipper kunnen zijn, en waarom raakt hij dat bevel kwijt na de echtscheiding? Waarom wordt Jacoba in de tweede huwelijksakte schippersche genoemd? Waarom is Albert een schippersknecht als hij met Jacoba trouwt en nog geen half jaar later schipper? Waarom leeft Jacoba na de dood van Albert nog steeds aan boord van een (zijn, haar?) schip?

Het derde huwelijk
Mijn vermoedens over de rol die Jacoba in dit alles speelt worden bevestigd door de huwelijksakte van haar derde huwelijk. Ze trouwt namelijk op 7 november 1895 te Zwolle met Johannes Koelink, een 10 jaar jongere schippersknecht en ja, ze is zwanger.

Detail huwelijksakte derde huwelijk

Belangrijker is dat Jacoba in de akte wordt omschreven als ‘doende schippersbedrijf’ en dat Johannes niet kan schrijven: ‘verklarende de comparant zomede zijn vader hunne namen niet te kunnen teekenen als het schrijven niet te hebben geleerd.’

Ondanks dit gebrek wordt Johannes in akten over de periode 1898 – 1923 steevast omschreven als schipper. Hoe voer je begin twintigste eeuw als analfabeet het bevel over een binnenvaartschip? Hoe houd je de administratie bij, weet je waar en wanneer je wat moet laden en lossen? De verklaring ligt in dit geval voor de hand.

Epiloog
Jacoba krijgt met Johannes nog vier kinderen, waarvan drie zonen. Zoon Hendrik is ten tijde van zijn huwelijk schipper, Johannes bij zijn overlijden in 1945 kapitein op de binnenvaart en Jan is in 1924 een dekknecht.

Thorbeckegracht 79a Zwolle

Jacoba zelf overlijdt op 7 oktober 1934 te Zwolle, in het huis Thorbeckegracht 79a, op steenworp afstand van de Beestenmarkt, waar haar schip zo vaak heeft gelegen en waar vijf van haar kinderen zijn geboren. Ze is 73 jaar oud geworden. In de overlijdensakte staat ‘zonder beroep’. Wij weten wel beter.

Johannes blijft weduwnaar tot zijn overlijden, op 22 februari 1960 te Warnsveld. Anderhalf jaar later word ik geboren. Soms is het verleden vlakbij. 

dinsdag 6 maart 2018

Een schippersche - Deel 2

Jacoba Haaitsma (1861-1934)


Het eerste huwelijk

In mijn stamboom hebben schippersfamilies een uitgesproken neiging onderling te trouwen. Zo trouwen alle vijf de dochters van Jacoba met schippers. Zelf is ze een arbeidersdochter, zonder enige band met de binnenvaart. Hendrik Andijk, de schipper met wie ze op 1 augustus 1883 te Assen trouwt, komt ook niet uit een schippersgeslacht. Zijn vader is weliswaar schipper, doch de grootvaders waren respectievelijk arbeider en koeboer.

Handtekeningen huwelijksakte

Zwanger

Net als bij haar tweede huwelijk is Jacoba zwanger, deze keer al vijf maanden. Dit brengt ons op de vraag hoe Hendrik en Jacoba elkaar hebben leren kennen. In de akte staat dat Hendrik in Deventer woont en Jacoba in Assen. Die plaatsen liggen zo’n 100 kilometer uit elkaar, nogal een afstand in die tijd. Daarbij moeten we echter bedenken dat de woonplaats van Hendrik een administratieve is: in de praktijk leeft hij op zijn schip en zal hij op Assen hebben gevaren, waar hij Jacoba heeft ontmoet. Jacoba woont vermoedelijk nog bij haar ouders, die inmiddels van Smilde naar Assen zijn verhuisd.

Twee dochters
Dochter Hendrina wordt vier maanden later geboren in Bovensmilde, waar Hendrik en Jacoba een huis bewonen. Ze is tevens het enige van Jacoba’s elf kinderen dat aan land ter wereld komt. Zo wordt Mijndina, haar tweede dochter, volgens de akte op 28 juli 1885 geboren ‘aan boord van zijn vaartuig, liggende in het rogat in deze gemeente’. Rogat is een dorp tussen Meppel en De Wijk, gelegen aan de Hoogeveense Vaart.

Binnenvaartschip, liggende aan de Beestenmarkt te Zwolle, ca 1900

Nog twee dochters

Anderhalf jaar later krijgt Jacoba een derde dochter, Anna, aan boord van het schip dat aan de Beestenmarkt (nu: Harm Smeengekade) in Zwolle ligt. Dit zal een vertrouwde aanlegplaats blijken te zijn. Anna overlijdt nog geen twee jaar later, wederom aan boord, in de Hoofdvaart bij Kloosterveen.

Dit overlijden is zo’n gebeurtenis waarbij ik me afvraag hoe het leven aan boord voor Jacoba is. Ze zit met een doodziek kind, het bedrijf moet door, het schip stilleggen en een dokter zoeken is geen vanzelfsprekendheid, er zijn geen behulpzame buren waar ze een beroep op kan doen. Ze moet zich vaak alleen hebben gevoeld, lijkt me, als enige vrouw aan boord, met verder alleen haar man, misschien een paar knechten en drie kleine kinderen.

Een jaar later, op 2 mei 1889, wordt aan boord in de Achtergracht te Zwolle haar vierde dochter geboren, die weer Anna heet.

Een bewogen jaar
Het jaar 1890 is een bewogen jaar voor Jacoba. Op twee januari trouwt broer Jan in Brakel en op 1 mei zus Pietertje te Zwolle. Er zijn geen aanwijzingen dat Jacoba bij deze huwelijken aanwezig is. Vervolgens overlijdt haar vader op 8 juni. Twee maanden later in Zwolle, op 31 augustus, mishandelt Hendrik Jacoba zo ernstig, dat de politie tussenbeide moet komen:


‘(...) toen hij dronken aan boord komende van het door hem bevaren wordende vaartuig, haar zulke geweldige slagen aan hoofd en borst toebracht dat zij bewusteloos neerzeeg, en door de politie van de verdere mishandelingen van haren echtgenoot werd bevrijd.’   

Dat dit geen incident is, valt eerder in het document te lezen:

‘(...) dat dit huwelijk van den beginne af steeds ongelukkig was, dat evenwel de toestand in den laatsten tijd niet meer houdbaar is, haar echtgenoot meestal dronken, haar in de laatste maanden meermalen met den dood heeft bedreigd en levensgevaarlijk heeft mishandeld (...)’  

Dit is een nogal ontnuchterende kijk achter de akten. Jacoba is blijkbaar – vanwege haar zwangerschap? – in een huwelijk beland waarin zij stelselmatig wordt mishandeld door een dronkenlap van een echtgenoot. Een huwelijk dat, op het moment van deze laatste gebeurtenis, al zeven jaar duurt.

Echtscheiding
Wat te doen, als ongelukkig getrouwde vrouw aan het eind van de negentiende eeuw? Echtscheiding is vanaf 1838 mogelijk op vier gronden:

  1. Overspel
  2. Verkwisting
  3. Veroordeling tot gevangenisstraf wegens misdrijf
  4. Mishandeling

Er wordt echter weinig gebruik van gemaakt. In de jaren 1889-1891 zijn in Nederland 1.157 echtscheidingen ingeschreven bij bevolkingsregisters*, ofwel zo’n 385 per jaar (2016: 33.414). Als je daarbij bedenkt dat ruim de helft ervan is ingeschreven in een van de drie grote steden (’s-Gravenhage, Rotterdam, Amsterdam), kun je je misschien voorstellen hoe onbereikbaar een echtscheiding voor een schippersche uit Smilde moet hebben geleken.

Temeer daar Jacoba alleen mishandeling heeft als mogelijke grond. Hoe bewijs je dat je mishandeld wordt als je op een schip woont waar geen andere getuigen zijn dan mogelijk een paar knechten die afhankelijk zijn van de dader? Ik vermoed dat de tussenkomst van de politie voor Jacoba een zegen is geweest, en een kantelpunt betekent.

Er is namelijk proces-verbaal opgemaakt van de mishandeling, waaruit wordt geciteerd in bovenstaand document. Het betreft een verzoek tot aanvaarding van een certificaat van onvermogen omdat Jacoba geen geld heeft om zelf de proceskosten van een echtscheiding te betalen. Het certificaat is afgegeven in Smilde en gedateerd op 16 september 1890, twee weken na de mishandeling in Zwolle. Ze laat er duidelijk geen gras over groeien.

Certificaat van onvermogen

Uitspraak
Het verzoek om het certificaat te accepteren wordt op 20 september gehonoreerd en het proces (helaas zijn de stukken onvindbaar) bij de Arrondissementrechtbank van Assen leidt op 31 mei 1891 tot een uitspraak in Jacoba’s voordeel: echtscheiding.

Zij laat dit zelf op 19 juni 1891 registreren bij het bevolkingsregister van Smilde. In heel Drenthe vinden dat jaar nog geen 10 registraties van echtscheidingen plaats (25 in totaal over de jaren 1889-1891*).

Bij deze registratie valt op dat Hendrik voor het eerst niet ‘schipper’ maar ‘schippersknecht’ wordt genoemd. Is hij met Jacoba ook zijn schip kwijtgeraakt? Jacoba’s omschrijving is uiteraard ‘zonder beroep’.


Hendrik Andijk

Hendrik neemt overigens niet de moeite te verschijnen in de rechtbank en alles wijst erop dat hij uit het leven van Jacoba verdwijnt. In bovenstaand vonnis staat dat hij verblijf houdt in Arnhem en bij de huwelijken van Hendrina en Mijndina in 1906 en dat van Anna in 1910 staat in de akten dat zijn woon- of verblijfplaats onbekend is bij zowel de bruid als haar moeder.

Detail overlijdensakte Hendrik Andijk

Hendrik hertrouwt niet en overlijdt op 21 maart 1920 te Eindhoven, 65 jaar oud. Opmerkelijk genoeg staat in de overlijdensakte dat hij echtgenoot is van ene ‘Jacoba Aisma’. Heeft hij de echtscheiding nooit kunnen verkroppen?

Eind goed al goed?
Eind goed, al goed voor Jacoba? Natuurlijk niet. Ze blijft achter zonder man, zonder schip, zonder inkomen en met drie kleine kinderen. We zagen in Deel 1 van dit verhaal al dat deze situatie ruim een jaar duurt, tot ze trouwt met Albert Koster. En daar pakken we in Deel 3 de draad weer op.

* Bron: Frans van Poppel, Trouwen in Nederland, Een historisch-demografische studie van de 19e en vroeg-20e eeuw. 

donderdag 1 maart 2018

Een schippersche - Deel 1

Jacoba Haaitsma (1861-1934)


Huwelijksakte
Gemeentehuis Hoogeveen (bron: Hoogeveen2000.com)

Als Jacoba op zaterdag 6 augustus 1892 het gemeentehuis van Hoogeveen binnenstapt is ze drie maanden zwanger. De man met wie ze die dag gaat trouwen – en de vermoedelijke veroorzaker – is Albert Koster, een 37-jarige schippersknecht uit dezelfde plaats. Hij is tevens de reden dat Jacoba onderdeel uitmaakt van mijn stamboom, want hij is een broer van overgrootmoeder Geesje. Het is zijn eerste huwelijk en haar tweede. Ik begin dit verhaal over Jacoba hier omdat zij in de huwelijksakte ‘schippersche’ wordt genoemd.

Detail huwelijksakte

In de 19e eeuw is ‘zonder beroep’ de standaardomschrijving voor de bezigheden van een getrouwde vrouw. Waar een ongehuwd meisje nog wel eens dienstbode of naaister is, heeft een echtgenote alleen bij hoge uitzondering een beroep, en krijgen we vaak pas een kijkje achter de schermen als de echtgenoot overlijdt en de weduwe opeens landbouwerse, tapperse of fabrieksarbeidster blijkt te zijn. En hoewel de vaak grote gezinnen weinig ruimte laten voor een baan bekruipt me iedere keer als ik ‘zonder beroep’ lees het gevoel dat er meer achter zit.

Zo ook bij Jacoba, die tot aan dit tweede huwelijk in acht verschillende akten de omschrijving ‘zonder beroep’ meekrijgt en nu opeens schippersche wordt genoemd. Dat is om meerdere redenen vreemd; zo geeft debinnenvaart.nl als definitie: de echtgenote van een schipper, maar vaak ook zij die dezelfde positie aan boord bekleedt.

Jacoba is echter niet meer getrouwd, dus op welk schip is zij dan schippersche? Albert is een schippersknecht, geen schipper, en het is alleen al daarom onwaarschijnlijk dat ze met hem meevaart, laat staan als ongetrouwde vrouw. Wordt ze alleen zo genoemd omdat haar eerste echtgenoot een schipper(sknecht) was? Maar dat schip is met hem verdwenen. Hoe kan ze een schippersche zonder schip zijn? 

Dit ene woord, en de vragen die het oproept, leidt ertoe dat ik me in Jacoba ben gaan verdiepen en hoewel ik nog vol vragen zit, weet ik nu genoeg over deze bijzondere vrouw om een paar berichten aan haar te wijden.

Laten we daarvoor beginnen bij het begin.

Geboorte  

Geboorteakte Jacoba Haaitsma

Jacoba wordt 9 augustus 1861 geboren in Smilde, als oudste dochter Jelke Jans Haaitsma, arbeider, en Meintje Jans Dik. Een vroedmeester geeft de geboorte aan, wat ongebruikelijk is. Is het een lastige bevalling? Blijft de vader daarom liever bij vrouw en kind dan de geboorte aan te geven?

Het gezin
Jacoba heeft een drie jaar oudere broer Jan, buitenechtelijk geboren en erkend bij het huwelijk van de ouders in 1860. Na Jacoba krijgt Meintje nog vier kinderen, waarvan twee levenloos ter wereld komen en eentje slechts een dag leeft; meer aanwijzingen dat haar zwangerschappen moeizaam verlopen. Alleen Pietertje, geboren in 1867, groeit op en trouwt in 1890 te Zwolle met Karel Kristoffer Ester, een ijzergieter.

Familiebericht Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 08-10-1934

Ze krijgt met hem drie kinderen, waarvan de opmerkelijkste Hermina is, die in 1922 als naaister in Berlijn (!) werkt, daar trouwt met de biscuitbakker Otto Wilhelm Christian Hasslinger, met wie ze na enige omzwervingen in 1938 in Freiburg, Zwitserland belandt. Ik vind daar nu een Stephan Hasslinger, kunstenaar, geboren in 1960. De naam Hasslinger komt er weinig voor. Een kleinzoon? Ik durf hem er niet over lastig te vallen.

Ook over broer Jan is meer te vertellen. Hij is namelijk een van de opmerkelijkste veroorzakers van social climbing in mijn stamboom. Als gepasporteerd marechaussee wordt hij gemeenteveldwachter en trouwt in 1890 te Brakel met Elke van Wijgerden. Een jaar later wordt hij benoemd tot Rijksveldwachter 3e klasse. In die functie voorkomt hij in 1898 (mede) dat een boerderij afbrandt, een daad die de landelijke pers haalt:

Nieuwsblad van het Noorden 06-08-1898

Zijn kinderen onderscheiden zich eveneens. Dochter Jansje trouwt met een fabrieks-chef, zoon Dirk huwt als legerofficier een burgemeesterdochter en zoon Johan is architect als hij in 1936 het overlijden van zijn vader aangeeft.

Kortom, zelfs zonder Jacoba is dit een bijzonder gezin. Een kwestie van genen? Het zou een hoop verklaren, zoals het einde van het eerste huwelijk van Jacoba, waaraan Deel 2 van dit verhaal aan gewijd zal zijn.