Posts tonen met het label Wierth. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wierth. Alle posts tonen

zaterdag 2 april 2022

Een bedelaar van stand - Deel 3

Johannes Menzo (1808 – 1882), betovergrootvader
Joanna Catharina Wirtz (1827 – 1913), betovergrootmoeder 

Wolfgang Wirth (1790 – 1855), een voormalige fuselier van het Regiment Zwitsers, komt in 1836 aan in Veenhuizen. Veteranen bewoonden in Veenhuizen woningen aan de buitenkant van de gestichten. Wolfgang wordt een veldwachter van het gesticht. 

Uittreksel doopregister Wolfgang Wirth

Hij is op 27 november 1790* gedoopt in Glarus, Zwitserland en wordt, zoals zoveel jonge Zwitserse mannen, geworven door de Nederlandse Koninklijke Landmacht, waar hij fuselier is in een van de vier Zwitserse Regimenten. Ik weet niet precies wanneer hij aantreedt, maar uit de geboorteakte van zijn dochter Anna uit 1822 blijkt dat hij dan fuselier is bij de 3e Compagnie, tweede bataljon, Regiment Zwitsers nummer 31.

Geboorteregister Joanna Catharina Wirtz

Als hij in 1836 verhuist naar Veenhuizen komt hij uit Amsterdam, waar zijn vrouw Mechtildis Muhlenberg (1794 – 1836) eerder dat jaar is overleden. Hij neemt vijf kinderen mee, vier dochters in de leeftijd van 4 tot 14 jaar en een zoon van 2 jaar oud. Joanna Catharina, geboren 17 november 1827 in Antwerpen, is dan 8 jaar oud. Een weduwnaar met vijf kleine kinderen heeft het niet makkelijk en hij trouwt dan ook het volgende jaar met Aafien Helmich, een 23-jarige inwoonster van Veenhuizen, met wie hij nog acht kinderen krijgt. 

Erkenning Johannes Marinus

Ik heb geen idee wanneer en hoe Johannes en Joanna Catharina (roepnaam: Trinet) elkaar hebben leren kennen, maar Trinet bevalt op 2 juni 1852 van een zoon, Johannes Marinus, die bij het huwelijk in april 1853 door Johannes wordt erkend. 

Wat er eind 1851, begin 1852 met Trinet gebeurt, begrijp ik niet. Uit de administratie van Veenhuizen blijkt dat zij op 5 november 1851 wordt ontslagen. Ontslagen? Als dochter van een veldwachter is zij toch geen bewoonster van het gesticht maar een vrije vrouw? Hoe dan ook, ze vertrekt uit Veenhuizen en is dan twee maanden zwanger. 

Lang duurt haar afwezigheid niet want vijf maanden later, op 6 april 1852 wordt ze ingeschreven in het gesticht. Uit haar inschrijving blijkt dat ze afkomstig is uit Zwolle en veroordeeld (‘gecondemneerd’) is. Er staat niet bij waarvoor. 

Inschrijving Johannes Marinus in de Ommerschans (vierde regel)

Twee maanden later wordt haar zoon Johannes Marinus geboren die direct wordt ingeschreven onder nummer 1261. Natuurlijk als ‘Johannes Marinus Wierth’ omdat het een buitenechtelijk kind is. 

Handtekening Johannes Menzo op de huwelijksakte

Haar verblijf in het gesticht duurt niet lang. Ze wordt twee maanden na Johannes, op 10 februari 1853 ontslagen. Weer twee maanden later, op 18 april, trouwen Johannes en Trinet met elkaar in de gemeente Avereest waar zij dan ook wonen en zullen blijven wonen tot aan hun dood. Deze Overijsselse gemeente bestond uit de plaatsen Balkbrug, Dedemsvaart en Oud Avereest en ging in 2000 op in de gemeente Hardenberg. Volgens de huwelijksakte is Johannes van beroep barbier. Opvallend is dat Trinet, die niet kan lezen en schrijven, bij de erkenning van Johannes Marinus verklaart dat haar naam op diens geboorteakte verkeerd is gespeld. Ze heet niet Trinet Wierth maar Joanna Catharina Wirtz. Het zal helaas niet de laatste keer zijn dat haar naam wordt verhaspeld.  

Arend Menzo

Trinet en Johannes krijgen elf kinderen, waaronder Arend, de overgrootvader waarnaar mijn vader is vernoemd en die zelf een dochter naar zijn moeder vernoemt: Trinet, mijn oma. Tot 1878 wordt Johannes in akten meestal barbier genoemd, echter in de geboorteakte van zoon Adolf uit 1873 en in zijn overlijdensakte staat aanspreker. Een aanspreker is (ik citeer mijn oude woordenboek): iemand die de familie en vrienden van een overledene ter begrafenis nodigt, diens dood aan de huizen aanzegt en verder met de bediening der begrafenis belast is.

Overlijdensakte Joanna Catharina Wirtz

Johannes overlijdt op 1 juni 1882, 74 jaar oud. In de overlijdensakte staat geen oorzaak. Trinet overlijdt 31 jaar later, op 28 november 1913, 86 jaar oud. In de akte staat dat ze 85 jaar oud is. Gelukkig is deze keer haar naam wel goed gespeld. Ze wordt op 3 december in Avereest begraven. 

*De bron van deze datum is het uittreksel van het doopregister in de bijlagen van de huwelijksakte van zijn eerste huwelijk. Op het uittreksel van het doopregister in de bijlagen van de huwelijksakte van zijn tweede huwelijk staat een andere datum: 17 november 1790.



zondag 6 mei 2018

Een bedelaar van stand - Deel 1

Johannes Menzo (1808 – 1882), betovergrootvader


Op het grasland achter het huis graasden een paard en enkele koeien, waaronder die van het zogenoemde "lakenvelder" ras. Op de deel was stalruimte voor een aantal beesten. Op het land stond ook nog een arbeiderswoning, die Jager had verhuurd aan Johannes Menzo. Deze was een uit Utrecht afkomstige barbier, terwijl diens vrouw Trijntje Wierth helemaal uit Antwerpen kwam. 


Een korte passage uit een artikel van Wim Visscher over Geert Jager (1), de naamgever van een wijk in Dedemsvaart. Je leest eroverheen als je niet weet wie Johannes Menzo (2) en Trijntje Wierth zijn. Misschien vraag je je een moment af hoe een barbier uit Utrecht en een vrouw uit Antwerpen in een Dedemsvaarts arbeidershuisje verzeild raken.

De Ommerschans

De Ommerschans
Dedemsvaart ligt op schootsafstand van de Ommerschans en bij een genealoog gaat nu een lampje branden. In 1819 stichtte de Maatschappij van Weldadigheid daar namelijk een bedelaarskolonie, waar Johannes Menzo op maandag 7 december 1842 wordt ingeschreven:

Inschrijving Johannes Menzo in Ommerschans

Er staat dat hij gereformeerd is en aangekomen uit Utrecht. Zijn geboortedatum is 17 mei 1808, dus is hij 34 jaar oud. Als we verder bladeren, zien we dat hij onderdeel uitmaakt van een groepje van 11 bedelaars uit Utrecht dat op deze dag aanklopt. Daaronder bevindt zich Justinus Mackaay, 39 jaar oud, voor wie dit de derde keer is, en Berendina Oostveen met haar twee jaar oude zoon, die hier ook al eerder was. Misschien is Dorothea van Voorst nog wel het meest te beklagen, met haar dochtertje van vijf maanden. Van een Trijntje Wierth is nog geen sprake, Johannes is vrijgezel. 

Op het rechterblad van de inschrijving vinden we een beschrijving van zijn uiterlijk:



Hij is 1.78 lang, wat groot is voor die tijd. Zijn vader meet bijvoorbeeld slechts 1.62 meter. Verder heeft hij een ovaal aangezicht, bruin haar en blauwe ogen, een dikke neus, kleine mond, ronde kin en geen ‘merkbare teekenen’. Althans, volgens degene die dit alles noteerde...


Tenslotte lezen we dat hij twee weken later, op 22 december 1842, is overgeplaatst naar de bedelaarskolonie Veenhuizen en op 7 februari 1844 aldaar is ontslagen. Bedelaars komen altijd aan in de Ommerschans en worden na onderzoek en wasbeurten overgebracht naar Veenhuizen, voorzien van een nieuwe set kleren.

Aanzienlijk geslacht
Blijven we met de vraag zitten hoe een telg uit een geslacht van geestelijken en andere aanzienlijken, dat helemaal terug te volgen is tot Jan Mensinck (ca 1565-1630), koster van de Groote Kerk te Zwolle, in een bedelaarskolonie verzeild raakt.

Zijn overgrootvader is een kind van drie generaties predikanten en Raad en Schepen van Rhenen. Grootvader is predikant en (vreemd genoeg) legerkapitein en de vader van Johannes – daar zet het verval in – baardscheerder, winkelier en op latere leeftijd majoor bij de Utrechtse nachtwacht. En al klinkt dat laatste imposanter dan het is, toch wijst niets op een aankomend bedelaarsbestaan van diens oudste zoon.
Dus wat is er gebeurd met Johannes?

Doop

Doopregister

Johannes wordt op 22 mei 1808 gedoopt in de Utrechtse Jacobikerk als oudste zoon van Johannes Menzo en Susanna Maria de Ruijter. We zagen dat geboortedatum in het inschrijfregister van Ommerschans 17 mei is, vijf dagen eerder. Meestal worden kinderen sneller gedoopt, dus wellicht is die datum onjuist.

Er was een oudere zus, die dan echter al is overleden. Er volgen nog zeven kinderen, waarvan drie uit een tweede huwelijk van Johannes sr.

Volkstelling 1825
FamilySearch noemt dit een volkstelling uit 1820, maar op basis van de genoteerde leeftijden moet deze zomer 1825 hebben plaatsgevonden.

Volkstelling 1825

Het gezin woont in de Potterstraat, waar het een huis deelt met twee kleinere gezinnen: dat van een zadelmaker en een kleermaker. Johannes senior is ‘winkelier en baardscheerder’. De buren zijn net als de medebewoners ambachtslieden. Het lijkt een nette straat te zijn.

Johannes’ moeder is twee jaar eerder overleden en zijn vader in 1824 hertrouwd met Christina van Leeuwen, die we hier vermeld zien. De 17-jarige Johannes is ‘baard scheerder’ en waarschijnlijk in de leer geweest bij zijn vader. De andere gezinsleden zijn zusje Susanna Maria en de twee broertjes Hendrik en Willem. We missen zus Willemiene Geertruijda die dan 15 of 16 jaar oud is en vermoedelijk al een dienstje buiten de deur heeft. 

Volkstelling 1830
Het gezin is verhuisd naar de Loefballemakerstraat (tegenwoordig Loeff Berchmakerstraat) 173 en zal hier blijven wonen tot het overlijden van Johannes senior in 1845.

Akte verkoop Loeff Berchmakerstraat 173

Johannes Sr. heeft dit huis op 1 juni 1829 gekocht van Huijbert Jansen, winkelier, en diens vrouw. Hij is dus niet onbemiddeld. De buurt lijkt vergelijkbaar met de Potterstraat, met buren als een kleermaker, schoenmaker, behanger, koopman en kopergieter. 

Volkstelling 1830

Ook hier delen ze het huis, en wel met het gemĂȘleerde gezelschap van een bejaard echtpaar, een Duitse ‘Gewezen militair thans wever’ en een timmermansknecht met zijn vrouw. Waarschijnlijk zijn het onderhuurders van huiseigenaar Johannes senior.

Deze is inmiddels ‘Majoor der Nagtwakers’ wat wellicht de reden voor de verhuizing is, al wordt hij in de koopakte van het nieuwe huis ‘winkelier’ genoemd. Johannes jr. is nog steeds baardscheerder, en werkt vermoedelijk buiten de deur bij/voor een barbier, nu zijn vader ander emplooi heeft gevonden. De broertjes Hendrik en Willem zijn schrijnwerkers en er is een nieuw gezinslid: Wilhelmina Christina, het eerste kind dat Johannes senior bij zijn tweede vrouw heeft verwekt. De zussen Willemiena Geertruijda en Susanna Maria wonen als dienstmeid bij hun werkgever. De eerste bij een weduwe en haar gezin, de tweede bij een hoogleraar en diens vrouw en kinderen. 


Volkstelling 1840
Volkstelling 1840

Twee jaar voordat Johannes naar de Ommerschans wordt getransporteerd heeft het timmermansechtpaar een dochter gekregen, is het bejaarde stel overleden (hij in 1831, zij in 1835), de Duitse ex-militair met de noorderzon vertrokken en woont Johannes junior nog steeds thuis, 31 jaar oud.

Wat hiervan te denken? Het is niet ongewoon dat hij nog vrijgezel is. Van zijn broers en zussen trouwt alleen Willemiene Geertruijda voor haar 30ste. Dat hij nog bij zijn (stief)ouders woont is wel bijzonder. De meisjes waren op hun 16e al het huis uit en jongere broer Hendrik, nu 27, is ook al vertrokken, ongetrouwd en wel. Broertje Willem is in 1837 overleden.

Johannes woont dus bij zijn vader, stiefmoeder en twee halfzusjes. In naam is hij ‘barbier’, wat in die tijd een ruim begrip is, en blijkbaar verdient hij daar niet genoeg mee om zelfstandig te kunnen leven. Of vindt hij het wel best zo? Is het gewaagd te veronderstellen dat hij op enig moment in de komende twee jaar het huis is uitgeschopt?     

In ieder geval is er iets gebeurd waardoor Johannes zijn comfortabele vangnet heeft (moeten) verlaten, zich niet heeft kunnen redden, en op straat is beland. Noch zijn ouders, noch zijn zussen of zijn broer zijn bereid geweest hem te helpen, danwel heeft hij hun hulp geweigerd. Hoe dan ook, slechts twee jaar na deze volkstelling is Johannes een bedelaar en wordt hij door de stad Utrecht op transport gezet naar de Ommerschans.

(1) Uit kwartaalblad van de Historische vereniging Avereest, jaargang 17, 2000, nr. 3, W. Visscher, Geert Jager (1811-1867).
(2) Johannes Menzo is een voorouder van Hubertszijde. Zijn kleindochter Trinet Menzo is de moeder van mijn vader.   

zondag 22 oktober 2017

Een doodlopende tak

Francis Pijpers (1830 – 1867)


Als (amateur)genealoog raak je eraan gewend dat mensen vroegtijdig sterven. Ik kijk niet op van gezinnen waarvan de meerderheid van de – vele – kinderen jong overlijdt en ben zelfs blij als ik eindelijk een lastig op te sporen overlijdensdatum heb gevonden. Overlijden hoort bij genealogie, samen met geboorte en huwelijk schraagt de dood de database.

Soms sta ik wat langer stil bij een sterven. Zoals bij Cornelius Wijnen die uit een boom valt of Pierre Looven die tot drie keer toe een zoontje Jacobus Hubertus noemt om het telkens snel te verliezen (de vierde keer draait hij de namen om en blijft het kind leven). Ook ben ik van plan nog eens naar Groningen af te reizen om meer te weten te komen over Roelof Wierth, 32 jaar oud, wiens lijk daar op een zonnige julimiddag in het Sterrenboschpark is gevonden, aan het einde van de negentiende eeuw.

Meestal weet ik echter niets over de omstandigheden waarin men de dood vindt, heb ik alleen de standaardtekst van de akte met datum, locatie en aangevers. Dan is het raden, zoals ik ook doe naar het lot dat het gezin van Francis Pijpers in 1867 treft.
Tien jaar eerder is er geen vuiltje aan de lucht als hij in Swalmen in het huwelijk treedt met Joanna Vermeulen. Ze zijn allebei ongeletterd, haar vader is dagloner, zijn ouders akkerbouwers en hij werkt, als oudste zoon, waarschijnlijk op het bedrijf van zijn vader. Het duurt drie jaar voordat hun eerste kind wordt geboren, een dochtertje dat ze Anna Maria noemen. Er volgen nog twee kinderen, weer met tussenpozen van drie jaar: Jacobus en en Joanna.   

De voorbode van het onheil dat dit gezin te wachten staat, is het overlijden van Joanna, twee maanden oud, zondagavond 6 januari 1867, om tien uur. Francis geeft op maandag zelf het overlijden aan, samen met zijn vader Jacobus. Hij heeft inmiddels wat leren schrijven, de geboorteakte van Joanna is de eerste akte die hij zelf ondertekent, en ook deze akte ondertekent hij:


De rest van het jaar blijft het verraderlijk stil in aktenland, totdat Francis op woensdag 27 november weer met zijn vader voor de ambtenaar van de Burgerlijke Stand staat, deze keer om het overlijden van zijn zoon Jacobus aan te geven, om acht uur de avond tevoren. Vreemd genoeg verklaart hij nu niet te kunnen schrijven. 

Dan volgen de gebeurtenissen elkaar snel op. Zes dagen later, op 3 december overlijdt Anna Maria, het laatste kind. De aangifte wordt gedaan door Christiaan Wuts en Jan Hendrik Pijpers, buren van het gezin. Is Francis dan al ziek? Hij overlijdt namelijk 11 december en hekkensluiter is echtgenote Joanna, een dag later. Beide aangiften worden gedaan door vader Jacobus, vergezeld van buurman Christiaan Wuts.

Een compleet gezin sterft in hetzelfde jaar, waarvan vier leden binnen twee weken. Dat laatste feit duidt op een infectieziekte, als vind ik voor een grotere uitbraak in het register van Swalmen geen aanwijzing, zoals ik die eerder in Lent wel vond. Wat resteert is een doodlopende tak in mijn database. En een raadsel.