Posts tonen met het label Brunssum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brunssum. Alle posts tonen

dinsdag 3 april 2018

Een opmerkelijke carrière?

Berend Dijkstra (1888 – 1958)


Sinds de start van de bevolkingsregisters staan in huwelijksakten de beroepen van het bruidspaar en de getuigen vermeld. Ik verwerk deze gegevens in mijn database, omdat een beroep veel kan vertellen over de persoon in kwestie. Ik toonde dit eerder aan bij Jacoba Haaitsma. Berend Dijkstra is echter een geval apart.

Hij is in 1914 getuige bij het huwelijk van zijn zusje Annigje, die dat jaar in Apeldoorn trouwt met Albertus Hanssen, een letterzetter.


Berend is dan vijfentwintig jaar oud en we lezen dat hij een winkelbediende is.

Vijf jaar later in dezelfde stad, trouwt zijn jongere broer Anne Sijbren met Ida Octavia Langevoort.


Berend is weer getuige en deze keer is hij godsdienstonderwijzer. Van winkelbediende naar godsdienstonderwijzer is een flinke stap, maar geen onmogelijke. Wie weet heeft hij een avondstudie gedaan, naast zijn reguliere werk.


Dan trouwt Berend zelf, met Dirkje Mulder, en heeft hij weer een andere baan: tramconducteur.

Van winkelbediende naar godsdienstonderwijzer naar tramconducteur? Geen andere carrière in mijn stamboom verloopt zo grillig, maar het is mogelijk. Onwaarschijnlijk, maar mogelijk. Totdat je het tijdsverloop erbij betrekt; dan wordt het opeens een ander verhaal.

Anne Sijbren trouwt namelijk op donderdag 15 mei 1919 en Berend vijf dagen later, op dinsdag 20 mei. Je maakt mij niet wijs dat hij op donderdag een godsdienstonderwijzer is en op dinsdag een tramconducteur.

Dus wat is hier aan de hand? Berend is een grappenmaker. Zo eentje die houdt van practical jokes. En hij is geen lieverdje, eigenlijk het tegenovergestelde van een rechtschapen en vrome godsdienstleraar. Zodat het voor hem – en wellicht ook zijn broer – een enorme bak is als hij tijdens het huwelijk van die laatste beweert een godsvruchtige onderwijzer te zijn, waarbij men hem nog gelooft ook, en dit vastlegt in een akte die ik een eeuw later onder ogen krijg.

Hij zal zowel winkelbediende als tramconducteur zijn geweest, en hij heeft nog minimaal één andere baan gehad. Berend overlijdt namelijk in 1958 in Brunssum en is dus een van de vele mannen uit de Hubertsstamboom die begin vorige eeuw vanuit het noorden naar Limburg afzakten om mijnwerker te worden. Godsdienstleraar is hij ieder geval niet geweest.


Update 13 mei 2021

Drie jaar heb ik vanwege gezondheidproblemen niets gedaan aan deze website. De laatste tijd voel ik me wat beter, dus ben ik me er voorzichtig weer in aan het verdiepen. Zo zag ik onlangs op Geneanet tot mijn verrassing dat iemand me een bericht had gestuurd, al op 20 september 2020. Vol schuldgevoel, omdat de schrijver acht maanden vergeefs op een reactie van mij had gewacht, begon ik te lezen. Ik plaats het bericht ook hier: 

Beste Albert, 

Bij het zoeken naar informatie over mijn voorouders kwam ik je blog tegen over Berend Dijkstra, mijn opa. Het zal je misschien verbazen, maar hij is zéker wel godsdienstonderwijzer geweest. Hij heeft lange tijd in dat vak gewerkt in Limburg, tot aan zijn dood. Het kan goed zijn dat hij het op papier al was in Apeldoorn maar zijn brood verdiende met werk als tramconducteur. Ik weet van mijn vader dat hij veel verschillende functies heeft gehad voordat hij uiteindelijk als godsdienstonderwijzer ging werken. Ik kan me voorstellen als je zijn verhaal niet kent, dat je er vraagtekens bij zet. Maar omdat ik vanuit mijn familie het verhaal van Berend (mijn opa) wél ken wilde ik het je graag laten weten. Hij wordt in je blog niet echt heel fijn omschreven en dat voelt onterecht. Omdat hij niet meer kan reageren op je tekst, doe ik het. Vandaar deze mail :).  

Hartelijke groet,  Renate Dijkstra  

Een wijze les van een kleindochter van Berend: hoe je veel te gemakkelijk de verkeerde conclusies kunt trekken uit oude documenten. Daarom laat ik mijn oorspronkelijk tekst ook staan, als illustratie van mijn falen. Tenslotte bedank ik Renate voor haar les. Ik zal voortaan voorzichtiger zijn bij de interpretatie van teksten over mensen die ik niet ken en nooit zal leren kennen. 

vrijdag 10 november 2017

De trek naar het zuiden

Mijn ouders hebben elkaar ontmoet omdat hun vaders stomtoevallig op hetzelfde moment in dezelfde plaats (Ede) waren gelegerd. Contact tussen deze twee zo verschillende families – de Drentse turfschippers Huberts versus de Limburgse landbouwers Wijnen – zou anders uitgesloten zijn geweest. Dat dacht ik tenminste, totdat ik op Johannes Eshuis stuit, lid van de Huberts-stamboom.

Johannes wordt in 1880 in Hoogeveen geboren, als oudste zoon van Arend Eshuis, binnenvaartschipper. Als Johannes in 1903 te Hoogeveen trouwt met Margje Slender, dochter van een scheepstimmerman, is hij inmiddels zelf schipper. Tot mijn verbazing vind ik echter dat hij in 1970 in Treebeek is begraven. Treebeek ligt in Zuid-Limburg.

En zo zijn er meer. Lambert Nijmeijer wordt in 1895 geboren in Hoogeveen, maar sterft in 1958 in Venray, Koob Prins *1901 Hoogeveen, +1958 Brunssum en Johannes Pastoor *1887 Hoogeveen en +1967 Brunssum. Dit zijn slechts een paar voorbeelden uit een ontwikkeling die ik begin twintigste eeuw zie ontstaan in de stamboom Huberts.

Families die zich eeuwenlang in Hoogeveen en omgeving (Zuidwolde, Avereest) hebben opgehouden, die generaties lang met plaatsgenoten zijn getrouwd, komen opeens in beweging. Meestal trouwen ze nog in het noorden, met een meisje uit het eigen dorp, om daarna te verhuizen naar Zuid-Limburg. En dat is logisch, als je erover nadenkt.


Want als Adolf Menzo, in 1873 te Avereest geboren, zevenenveertig jaar later overlijdt in Hoensbroek staat in zijn overlijdensakte dat hij mijnwerker is. Staatsmijn Wilhelmina opent in 1906, Emma in 1911 en Hendrik in 1915. Er ontstaan twee tegengestelde economische krachten. Enerzijds een enorme vraag naar arbeid in Zuid-Limburg en anderzijds een uitval aan werk in de noordelijke veenkoloniën: de steenkool vervangt immers de turf waarvan men daar leeft.

Ik vind het grappig dat ik zo’n economische ontwikkeling kan terugvinden in mijn stamboom, in dit geval de trek van turf naar steenkool. Met als ultiem gevolg dat leden van de twee families buren worden en er in Zuid-Limburg onvermijdelijk meer ontmoetingen hebben plaatsgevonden zoals die tussen mijn ouders.