Posts tonen met het label Asselt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Asselt. Alle posts tonen

zondag 7 augustus 2022

What's in a name?

Pierre Looven (1806 – 1862)
Anne Marguerite Wijnen (1816 – 1893)

Op dinsdag 21 november 1837 trouwen te Swalmen Pierre Looven en Anne Marguerite Wijnen. Hij is een 31 jaar oude schaapherder, zij een tien jaar jongere dienstmeid. Omdat ze in de Franse tijd zijn geboren (Anne Marguerite net erna), worden in de geboorteregisters hun namen verfranst. Uit latere documenten blijkt dat ze eigenlijk Pieter (ook wel: Peter) Looven en Anna Margaretha Wijnen heten. Die namen staan ook in de huwelijksakte. Het lijkt een onbeduidend detail, maar we zullen zien dat het erg belangrijk is hoe je heet. 


Detail huwelijksakte

Het pasgetrouwde stel gaat in Asselt wonen, een gehucht binnen de gemeente Swalmen, waar een jaar later hun eerste zoon wordt geboren: Jacobus Hubertus Looven. Helaas wordt dit kind slechts een maand oud. Gelukkig is er alweer een jaar later de geboorte van zoon Pieter Hubertus en in de jaren 1842, 1844 en 1847 dochters die allen hun kinderjaren zullen overleven. 

Als in 1850 weer een zoon ter wereld komt, besluiten Pieter en Anna deze ook Jacobus Hubertus te noemen. Dat was in die jaren gebruikelijk. Ik kom dit in mijn stamboom tientallen keren tegen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de vernoemingsregels. Zo moest je je eerste zoon vernoemen naar de vader van de vader. Dat is hier ook gebeurd, de vader van Pieter heette Jacobus. Waar de naam Hubertus vandaan komt, een voornaam die ze aan al hun zes zonen geven, heb ik niet kunnen achterhalen. Het is in ieder geval geen vernoeming naar een grootouder of een overgrootouder.  

De tweede Jacobus Hubertus deelt het lot van de eerste en wordt slechts 13 maanden oud. 

Tien maanden later, in 1852, krijgen Pieter en Anna nog een zoon, die zij uiteraard weer Jacobus Hubertus noemen. En net als zijn twee voorgangers sterft hij zeer jong, na anderhalve maand. 

Na een dochter Petronella Huberdina volgt de zoon Sebastiaan Hubertus, die vernoemd is naar de vader van Anna. Durven Pieter en Anna het niet meer aan om een zoon de namen Jacobus Hubertus te geven? 

Als tenslotte op 22 maart 1861 Anna bevalt van haar zesde zoon en Pieter diens geboorte gaat aangeven – wat hij overigens van al zijn kinderen doet – kan ik me voorstellen dat hij ontzettend twijfelt. Zijn gezin voldoet namelijk niet aan de eerste vernoemingsregel. Hij heeft geen zoon die vernoemd is naar zijn vader, alleen twee die vernoemd zijn naar respectievelijk Pieters grootvader en Anna’s vader. Moet hij nu echt een vierde zoon Jacobus Hubertus noemen, wetend hoe slecht het de eerste drie verging? 

Wat zich in de hoofden van Pieter en Anna heeft afgespeeld is een vraag. Ik weet wel dat ze een oplossing hebben gevonden door de vernoemingsregels wat ruimer te interpreteren. Hoe weet ik dat? Omdat Pieter deze namen opgeeft aan de ambtenaar van de burgerlijke stand: Hubertus Jacobus.


Handtekening Hubertus Jacobus Loven

Hubertus Jacobus wordt een landbouwer die in 1891 met Helena Engelen trouwt en in 1951 overlijdt op de leeftijd van 89 jaar. Het omwisselen van de voornamen heeft dus gewerkt. Hubertus Jacobus krijgt met Helena zes kinderen. Hun laatste kind, geboren in 1902, noemen ze – heel gewaagd – Jacobus Hubertus. 

Hoe dan ook, deze Jacobus Hubertus (roepnaam Jac) leeft lang genoeg om op 22 september 1928 in Thorn te trouwen met Mechtilde Maria Theunissen. Op dat moment is hij boomkweker. Jacobus Hubertus overlijdt begin april 1981, 78 jaar oud, zijn vrouw een paar weken later. 


Familiebericht in Limburgs Dagblad van 7 april 1981

Terwijl zijn vader oud werd dankzij de omwisseling van zijn voornamen, is Jacobus Hubertus de eerste persoon sinds zijn drie vroeggestorven voorouders, die de voornamenvloek weet te trotseren.  


vrijdag 14 juli 2017

De man die uit een boom viel

Cornelius Wijnen (1735 – 1768), oudgrootvader



De familie Wijnen bestaat hoofdzakelijk uit boeren, die vanaf de zeventiende eeuw wonen in Swalmen, Belfeld en omgeving. In de zeventiende en achttiende eeuw zijn de verschillende gezinnen redelijk welvarend en kopen regelmatig grond.


Cornelius Wijnen wordt op 25 maart 1735 te Swalmen gedoopt als oudste zoon van Petrus Wijnen en Maria van Baexen. Getuigen zijn Theodorus van Baexen, een jongere broer van Maria, en Anna Bulders, de moeder van Petrus.

Petrus en Maria krijgen nog drie zonen, waarvan de twee laatsten jong overlijden. Cornelius groeit op in Asselt, samen met zijn drie jaar jongere broer Petrus. Ik noem de familie redelijk welvarend en we kunnen daar aan de hand van de schatting van 1754 een indruk van krijgen. Deze schattingen werden gemaakt voor het heffen van belastingen.

Belastingen
Een van de belastingen die werd geheven was de hoofdschat, een andere was de beestenschat. De hoofdschat werd geheven over gezinnen, knechten en dienstmaagden. Het bezit van bepaalde soorten vee werd belast met de beestenschat: koeien, stieren, schapen, ganzen en bijenvolken. Over varkens en paarden werd geen belasting geheven. In 1754 zijn deze lijsten in elkaar geschoven.

Over het gezin Wijnen staat dan geschreven:

Peter Wijnen met vrouwe
eenen knecht, een maeght
dry koeyen, een rint
22 schaep, 8 bijen

Daarvoor betaalt hij 8 pattacons (rijksdaalders) en 6 schellingen belasting. Van de 188 belastingplichtigen in Swalmen betalen slechts 12 een hogere belasting (waaronder nog een ander gezin Wijnen). Het gezin van Cornelius behoort dus bij de 10% welvarendste.

Cornelius jr. 

 Op 13 mei 1759 wordt Cornelius jr. gedoopt, mijn oudvader en buitenechtelijke zoon van Cornelius en Elisabetha Janssen. We weten dat Cornelius de vader is vanwege de tekst 'ut mater declaravit in partu' in het doopregister, wat zoveel betekent als ‘beweerde de moeder tijdens de bevalling’. Rijkelijk laat…

In het doopregister is in kleine lettertjes toegevoegd dat dit kind op 4 augustus 1765 – zes jaar later – alsnog gewettigd is bij het huwelijk tussen Cornelius en Elisabetha. De twee krijgen nog twee kinderen, Petrus en Maria Agnes. Voor meer is helaas geen tijd.

De val


Cornelius wordt namelijk al drie jaar later begraven, op 29 november 1768. In het begrafenisregister staat 'qui in silva Baexhoef ex arbore dilapsus obiit', wat vertaald kan worden als: ‘Hij viel uit een boom in het Baexhoef bos.’

De Baxhof is een hoeve nabij Swalmen en staat nog steeds overeind, vermomd als recreatiecomplex in een bosrijke omgeving.

Resteert de vraag wat een 33-jarige vader van drie kinderen in een boom doet. Een mogelijke verklaring is dat Cornelius als boer waarschijnlijk varkens heeft gehad en die bijvoerde met eikels. Daar is zelfs een naam voor: mast. Bij het rapen van de eikels werd de natuur een handje geholpen door aan de takken te schudden. Om bij de hogere takken te komen moest je de boom in. Een ongeluk zit dan in een klein hoekje.

Het enige bezwaar tegen deze theorie is de datum van de begrafenis. Die ligt een maand na het eikelseizoen. Een lang ziekbed verklaart echter ook dat.