zondag 2 juli 2023

De andere verbondenheid

Jan Arends Strijker ten Hoorn (1660 – 1758)
Fijgje Peters Kramer (1664 – 1754)
Hendrik Huberts (1855 – 1942)
Geesje Koster (1853 – 1895)

Als mijn overgrootouders Geesje Koster en Hendrik Huberts elkaar in het gemeentehuis van Hoogeveen het jawoord geven, weten ze vermoedelijk niet dat ze ook nog op een andere manier met elkaar zijn verbonden. 

Ondertekening huwelijksakte Hendrik Huberts en Geesje Koster

Het is dan zaterdag 21 juli 1877. Die andere verbondenheid begint 182 jaar eerder, in 1695. Op 8 juli van dat jaar gaan in Amsterdam Jan Arends Strijker ten Hoorn* en Fijgje Peters Kramer met elkaar in ondertrouw. Later die maand trouwen ze in Hoogeveen, waar ze ook gaan wonen. Jan is geboren in Amsterdam, werkte daar als bakker maar woont ten tijde van de ondertrouw al in Hoogeveen. Fijgje is geboren in Beulake in Overijssel. 

Het echtpaar krijgt vijf kinderen, allemaal meisjes. Twee daarvan gaan we volgen: Aafke en Arentien. Aafke wordt in ca. 1700 geboren en Arentien komt in september 1709 ter wereld. 

We beginnen met Aafke. Zij trouwt rond 1730 in Hoogeveen met Hendrik Andries Veltman, een vervener en schipper. Omdat Hendrik in Hoogeveen woont is hij waarschijnlijk turfschipper. Het echtpaar krijgt vier kinderen, twee meisjes en twee jongens. We volgen dochter Annigje.

Annigje Hendriks Veltman trouwt ca. 1750 met Jan Hendriks Kroesen, waarschijnlijk te Hoogeveen. Ze krijgen 8 kinderen, waarvan we Janna, de op een na jongste, volgen. 

Janna Jans Kroesen trouwt met Arent Koenderts Scholten. Ik weet niet wanneer, maar aangezien hun eerste kind in februari 1789 wordt geboren, zal dat in 1787 of 1788 zijn geweest. Arent is een arbeider en Janna krijgt met hem negen kinderen. We volgen de oudste, Maggeltje. 

Maggeltje Arends Scholten trouwt op 16 juli 1809 te Hoogeveen met Albert Fredriks Koster. Albert wordt in documenten uit 1812, 1824 en 1847 schipper genoemd, Maggeltje wordt in huwelijksbijlagen van haar jongste zoon Albert in 1852 landbouwster genoemd. De twee krijgen acht kinderen waarvan we de eerder genoemde Albert volgen. 

Albert Koster trouwt op 3 september 1852 te Hoogeveen met Barbera Gruppen. Albert is dan schipper, maar wordt in documenten vanaf 1865 arbeider genoemd. Barbera is ten tijde van haar huwelijk arbeidster. 

Voordat we met de zevende generatie beginnen, gaan we terug naar de eerste generatie. Jan en Fijgje kregen vijf dochters, waaronder Aafke en Arentien. De lijn vanaf Aafke hebben we gevolgd, nu volgen we de nakomelingen van Arentien.

Arentien Jans ten Hoorn trouwt ca. 1732 (ca. 1730 kom ik ook tegen) in vermoedelijk Hoogeveen met Geugjen Hendriks Lunenborg. Arentien is eerder getrouwd geweest en dan waarschijnlijk weduwe. Ze krijgt met Geugjen acht kinderen waarvan we Fijgien volgen. 

Fijgien Geugjes Lunenborg trouwt ca. 1755 met Gerrit Roelofs Knol. Ook hier is de vermoedelijke huwelijkslocatie Hoogeveen aangezien beiden zowel daar ter wereld komen als overlijden. Het echtpaar krijgt zeven kinderen, waarvan we de oudste dochter Arendje volgen.

Arendje Gerrits Knol trouwt met Harm Derks Gort. Wanneer? Vermoedelijk in 1782 of 1783. Waar? Waarschijnlijk Hoogeveen. De twee krijgen vier kinderen waarvan we de oudste, Gerrit, volgen. 

Gerrit Harms Gort trouwt op 30 mei 1818 te Hoogeveen met Aaltje Harms Boer. Gerrit wordt in diverse documenten afwisselend arbeider, daghuurder en landbouwer genoemd. Aaltje wordt in de huwelijksakte dienstmaagd genoemd, wat we tegenwoordig dienstbode zouden noemen. Ze krijgen zeven kinderen, waarvan we de op een na oudste volgen, Arendje.

Arendje Gort trouwt op 21 juli 1877 te Hoogeveen met Jan Huberts. Jan wordt in documenten schippersknecht en schipper genoemd, Arendje is ten tijde van haar huwelijk een dienstmeid.   

We hebben nu beide lijnen, die van Aafke en Arentien, helemaal gevolgd. Vanaf hun ouders, Jan Arends Strijker ten Hoorn en Fijgje Peters Kramer hebben we zes generaties doorlopen. Maar wat hebben die met Geesje Koster en Hendrik Huberts te maken, waarmee we dit verhaal begonnen?

Welnu, de ouders van Geesje Koster en Hendrik Huberts zijn de laatsten van de beide lijnen die we hebben gevolgd. De ouders van Geesje Koster zijn Albert Koster en Barbera Gruppen, de ouders van Hendrik Huberts zijn Jan Huberts en Arendje Gort. 

De andere verbondenheid van het echtpaar bestaat er dus uit dat ze allebei afstammen van Jan Arends Strijker ten Hoorn en Fijgje Peters Kramer, die 182 jaar eerder in Amsterdam in ondertrouw gingen. Een verwantschap die bijna twee eeuwen oud is.    

* Van de namen van de meeste personen die in dit verhaal voorkomen, bestaan meerdere varianten. Ik heb op basis van de mij beschikbare documentatie een keuze gemaakt uit die varianten.  


woensdag 4 januari 2023

Arend

 Arend Huberts (1927 – 1986), vader 

In het Hubertsgedeelte van mijn stamboom hebben 40 voorouders de voornaam Arend. Daarnaast heten er nog 5 Arent en komen de vrouwelijke versies Arendina, Arendje en Arentien 10 keer voor. In totaal komt de naam (en de variaties erop) er dus 55 keer in voor. In mijn Hubertsstamboom staan 3.587 voorouders, waarvan er dus 1,5% Arend heten. Mijn vader is er daar één van. 

Arend Menzo

Mijn vader is vernoemd naar Arend Menzo, de vader van zijn moeder. Dit is keurig volgens de vernoemingsregels, want mijn vader was de tweede zoon. Toch komt de voornaam Arend slechts drie keer voor in de Menzotak. Naast de al genoemde grootvader van mijn vader worden er in oktober 1904 nog twee Menzo’s Arend genoemd, eentje die op 13 oktober 1904 in Avereest ter wereld komt en eentje die op 18 oktober 1904 in Utrecht wordt geboren. Arend is dus geen typische Menzovoornaam. Waar komt deze naam dan vandaan?

Laten we eens verder kijken. Wanneer komt de naam Arend het eerst voor in mijn stamboom? Daar heb ik twee kandidaten voor, waarvan er een in ca. 1560 is geboren en eentje in ca. 1580.

De eerste heet Arend Huigen. Ik weet vrijwel niets van hem, alleen dat hij in 1589 trouwt en minimaal twee kinderen krijgt, Rutger Arents en Derck Arents. Een nazaat van hem, Hendrika ten Napel, trouwt negen generaties later in 1895 met Arend Menzo, de man waarnaar mijn vader is vernoemd. Is Arend dan toch een typische Menzovoornaam? Nou nee, want als ik de tussenliggende negen generaties doorloop, kom ik niet één keer de voornaam Arend tegen, alleen de bovenstaande twee patroniemen.  

Ondertrouw Arent Allertsz en Meijns Jacobs

De tweede heet Arent Allertsz, waarvan ik de geboorteplaats niet ken. Ik weet wel dat hij in 1605 in Amsterdam met Meijns Jacobs trouwt en dat hij dan 25 jaar oud is. Zijn beroep is chirurgijn. In andere documenten wordt hij ook wel barbier genoemd. Opmerkelijk is dat een van zijn kleinkinderen, Sara Hardebol, in 1675 met Johannes Menso trouwt. Er is dus een directere link met de Menzotak dan bij Arend Huigen het geval was, al kom ik ook hier in de tussenliggende generaties de voornaam Arend niet tegen. 

Waar heb ik dan wel een link met eerdere generaties? Ik begin bij Arend Pouwels Strijker Ten Hoorn, die rond 1640 te Amsterdam ter wereld komt. Hij trouwt met een dame waarvan ik de naam niet ken en waarmee hij tenminste één zoon krijgt: Jan Arends Strijker Ten Hoorn. Jan Arends trouwt in 1695 te Hoogeveen met Fijgje Peters Kramer waarmee hij 5 kinderen krijgt, waarvan ze de jongste Arentien noemen. Arentien trouwt, waarschijnlijk ook in Hoogeveen, met Geugien Hendriks Lunenborg. Ze krijgen 8 kinderen, waarvan er eentje Jan Arends heet. Een ander kind, Fijgchjen, trouwt met Gerrit Roelofs Knol, waarmee ze 7 kinderen krijgt, waarvan er eentje Arendje heet. Die Arendje trouwt met Harm Derks Gort, waarmee ze vier kinderen krijgt: Gerrit, Roelofje, Dirk en  Fijchien. De eerste generatie zonder enig spoor van een Arend. Maar het oudste kind, Gerrit, trouwt in 1818 te Hoogeveen met Aaltje Harms Boer en krijgt 7 kinderen met haar, waarvan ze er eentje Arendje noemen. Arend is terug. Arendje trouwt in 1852 te Hoogeveen met Jan Huberts waarmee ze drie kinderen krijgt: Hendrik, Gerrit en Aaltje. Arend is dus weer verdwenen, maar ook nu maakt de volgende generatie het goed. Hendrik trouwt in 1877 te Hoogeveen met Geesje Koster, met wie hij 6 kinderen krijgt. De oudste noemen ze Arendje. Een ander kind, Albert (waarnaar ik ben vernoemd) trouwt in 1921 te Enschede met Trinet Menzo waarmee de link met de Menzo’s weer is gelegd. Zes jaar later krijgt dit echtpaar hun tweede kind, mijn vader. Een vrijwel ononderbroken lijn van (varianten op) de voornaam Arend die 287 jaar lang is. Mijn vader is dus eigenlijk vernoemd naar de man met de ingewikkelde naam Arend Pouwels Strijker Ten Hoorn.

Drie eeuwen lang was de naam Arend populair. In 1927, het geboortejaar van mijn vader, kregen 220 kinderen deze naam. Vlak na de Tweede Wereldoorlog, in 1946, werden zelfs 358 kinderen Arend genoemd en een jaar later 373. Daarna daalt de populariteit gestaag totdat in 2016 nog maar 16 kinderen de naam Arend krijgen. Mijn vader werd (daarom?) nooit Arend genoemd, maar Aart of Huub.   


zondag 28 augustus 2022

Waaghals

Egbert Egberts Imker (± 1700 - < 1755) Oudbetovergrootvader
Geesjen Thomas de Bour (± 1702 – 1771) Oudbetovergrootmoeder
Tomes Egbers IJmker (1732 – 1811) Oudovergrootvader
Egbert Egberts IJmker (1734 – 1821) Oudovergrootoom

Haardstedengeldregister 1729

In een haardstedengeldregister uit 1729 staat tussen de namen van de belastingplichtigen opeens ‘waagh-hals’. Is dat een naam? Waarom is het dan niet met een beginkapitaal geschreven? De overige namen in de lijst zijn wél geschreven met een beginkapitaal. Hier is dus iets vreemds aan de hand. 

Haardstedengeldregister 1744

Een haardstedengeldregister uit 1744 biedt uitkomst. Hier is sprake van een ‘Egbert Egberts waaghals’. Normaliter zou je zeggen: voornaam, patroniem, familienaam. Alleen is ook hier waaghals zonder beginkapitaal geschreven en is het dus geen familienaam. Wel weet ik nu voldoende om te zien dat met Egbert Egberts waaghals mijn Oudbetovergrootvader Egbert Egberts Imker (±1700 - <1755) wordt bedoeld.

Begrafenisregister

Hoe ik dat weet? Nou, als op 28 mei 1771 in Hoogeveen zijn weduwe wordt begraven, wordt zij in het begrafenisregister ‘Geesjen Tomas waaghals’ genoemd. 

Ik vermoed dat waaghals een aliasnaam of een bijnaam is. Het verschil tussen de twee is dat een aliasnaam zelfgekozen is en een bijnaam door anderen gebezigd wordt. Er zijn verschillende soorten aliasnamen en bijnamen, zoals namen ontleend aan een beroep of namen verbonden aan een locatie. Hier is volgens mij sprake van een naam die te maken heeft met een eigenschap. Of het een aliasnaam of een bijnaam is weet ik niet. Wel vind ik het opmerkelijk dat in beide registers, die 26 jaar verschillen in ouderdom, waaghals de plaats heeft ingenomen van de familienaam. De naam was dus goed ingeburgerd. 

Zo goed ingeburgerd, dat twee zonen van Egbert Egberts en Geesjen Tomas er ook gebruik van maakten (of: zo werden genoemd).

Begrafenisregister

De eerste is Tomes Egbers IJmker (1732 – 1811). Als op 3 oktober 1770 zijn twee jaar oude zoontje Egbert Thomas wordt begraven staat in het begrafenisregister ‘Thomas waaghals zijn kind beg.’

Haardstedengeldregister 1777

De tweede is broer Egbert Egberts IJmker (1734 – 1821) die in vijf haardstedengeldregisters tussen 1765 en 1777 ‘Echbert waaghals’ wordt genoemd. 

In beide gevallen zijn niet alleen de familienamen, maar ook de patroniemen gesneuveld. De voornaam + waaghals was blijkbaar voldoende om te weten wie er bedoeld werd. 

En hiermee sterft de aliasnaam/bijnaam uit. Tomes Egbers wordt als Tomes Egbers begraven en Egbert Egberts sterft als Egbert IJmker. Latere generaties gebruiken waaghals niet meer, voor zover ik dat heb kunnen ontdekken. 

Zoals zo vaak na een genealogisch onderzoek zijn er meer vragen dan antwoorden. Is waaghals en aliasnaam of een bijnaam? Wie was de waaghals? Werd waaghals echt niet eerder dan 1729 en niet later dan 1777 gebruikt? Wisten de waaghalzen dat hun namen zo werden opgeschreven?

Deze vragen zullen nog wel een tijdje door mijn hoofd zoemen. In ieder geval kan ik nu zonder te liegen beweren dat zich onder mijn voorouders vier waaghalzen bevonden. 


vrijdag 12 augustus 2022

Een ongelukkig toeval

Catharina Pluijmen (1833 – 1858)
Petrus (Peter) Wijnen (1830 – 1858)

Kleine plaatsen zorgen voor grote toevalligheden, zo ook het kerkdorp Haelen, dat ten westen van de Maas ligt, noordwestelijk van Roermond. De gemeente Haelen heeft tegenwoordig zo’n 4.400 inwoners, in het jaar 1859 waren dat er slechts 708. Aangezien de gebeurtenissen waarover ik het ga hebben zich afspelen in 1858, zal het toenmalige inwonertal daar weinig van afwijken.  

Een zich vervelende ambtenaar van de burgerlijke stand is een van de gevolgen van zo weinig inwoners. In 1858 werden er in Haelen 19 kinderen geboren, trouwden 9 echtparen en stierven er 20 mensen. Wat deed de ambtenaar de overige 317 dagen? En ja, ik heb gekeken of 1858 een schrikkeljaar was. Niet dus. 

Overlijdensakte van Catharina Pluijmen

Op 17 september had hij in ieder geval iets te doen, want die dag meldt Peter Wijnen zich bij hem om het overlijden van zijn vrouw Catharina Pluijmen aan te geven. Zij is eerder die dag overleden, ’s ochtends om zeven uur. Peter is een 28 jaar oude timmerman. Hij wordt vergezeld door Arnoldus Pluijmen, een huisschilder die een broer van Catharina is. Een overlijdensoorzaak wordt niet vermeld. Catharina is 25 jaar oud geworden. 

Overlijdensakte van Peter Wijnen

Nog geen maand later staat Cornelis Wijnen, een jongere broer van Peter, tegenover dezelfde ambtenaar, om het overlijden van Peter aan te geven. Hij is 23 jaar oud en ook timmerman. Het is 15 oktober en Peter is dezelfde dag, ’s ochtends om zes uur, overleden. Cornelis wordt vergezeld door Petrus Aarts, een nabuur van Peter. Ook hier staat geen overlijdensoorzaak vermeld. Peter is 28 jaar oud geworden. 

Het toeval bestaat hierin, dat beide overlijdensakten op dezelfde pagina onder elkaar staan, omdat er in Haelen in de tussentijd geen overlijdensaangifte is gedaan. Dus waar Peter bovenaan de pagina nog leeft, is hij 15 centimeter lager dood. Triest om dat zo dicht bij elkaar te zien. 

Waaraan zijn ze overleden, deze jonge mensen? Ik heb geen aanwijzingen kunnen vinden voor besmettelijke ziektes. De overledenen in Haelen zijn over het jaar verdeeld en het aantal wijkt niet of nauwelijks af van de jaren ervoor en erna. Catharina is eerder dat jaar, op 2 mei, van de dochter Maria Elisabeth bevallen, maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat ze daar 4,5 maand later aan overlijdt. Nee, ik zal er waarschijnlijk nooit achter komen. En toch, is het toeval dat deze jonge echtelieden binnen een maand na elkaar overlijden?

Overlijdensakte Petronella Hendrix

Als ik verder kijk in het overlijdensregister wordt het toeval nog ongelukkiger. Onderaan de tegenoverliggende pagina staat het overlijden van Peters moeder Petronella Hendrix vermeld. Zij is overleden op 21 augustus. De aangifte wordt twee dagen later gedaan door Peters vader die ook Peter heet, ook timmerman is en 59 jaar oud. Hij wordt vergezeld door Martinus Stoks, herbergier en een bekende van de overledene.   

De twee bladzijden in het overlijdensregister

Dus in augustus, september en oktober 1958 overlijden drie mensen in Haelen, verwanten van elkaar, van wie de akten achter elkaar in het register staan. Toen ik dit ontdekte heb ik een paar minuten stil gezeten.

Om met een vrolijker noot te eindigen: wat gebeurde er met dochter Maria Elisabeth die, nog geen half jaar oud, wees werd? Ik heb er niet achter kunnen komen door wie zij werd opgevangen. Als zij echter op 26 mei 1886 in Herten trouwt, woont ze (nog steeds, weer?) in Haelen. Ze trouwt met Mathis Hubertus Hannen, een bakker met wie ze 11 kinderen zal krijgen. Ze overlijdt in 1929, 71 jaar oud. 


zondag 7 augustus 2022

What's in a name?

Pierre Looven (1806 – 1862)
Anne Marguerite Wijnen (1816 – 1893)

Op dinsdag 21 november 1837 trouwen te Swalmen Pierre Looven en Anne Marguerite Wijnen. Hij is een 31 jaar oude schaapherder, zij een tien jaar jongere dienstmeid. Omdat ze in de Franse tijd zijn geboren (Anne Marguerite net erna), worden in de geboorteregisters hun namen verfranst. Uit latere documenten blijkt dat ze eigenlijk Pieter (ook wel: Peter) Looven en Anna Margaretha Wijnen heten. Die namen staan ook in de huwelijksakte. Het lijkt een onbeduidend detail, maar we zullen zien dat het erg belangrijk is hoe je heet. 


Detail huwelijksakte

Het pasgetrouwde stel gaat in Asselt wonen, een gehucht binnen de gemeente Swalmen, waar een jaar later hun eerste zoon wordt geboren: Jacobus Hubertus Looven. Helaas wordt dit kind slechts een maand oud. Gelukkig is er alweer een jaar later de geboorte van zoon Pieter Hubertus en in de jaren 1842, 1844 en 1847 dochters die allen hun kinderjaren zullen overleven. 

Als in 1850 weer een zoon ter wereld komt, besluiten Pieter en Anna deze ook Jacobus Hubertus te noemen. Dat was in die jaren gebruikelijk. Ik kom dit in mijn stamboom tientallen keren tegen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de vernoemingsregels. Zo moest je je eerste zoon vernoemen naar de vader van de vader. Dat is hier ook gebeurd, de vader van Pieter heette Jacobus. Waar de naam Hubertus vandaan komt, een voornaam die ze aan al hun zes zonen geven, heb ik niet kunnen achterhalen. Het is in ieder geval geen vernoeming naar een grootouder of een overgrootouder.  

De tweede Jacobus Hubertus deelt het lot van de eerste en wordt slechts 13 maanden oud. 

Tien maanden later, in 1852, krijgen Pieter en Anna nog een zoon, die zij uiteraard weer Jacobus Hubertus noemen. En net als zijn twee voorgangers sterft hij zeer jong, na anderhalve maand. 

Na een dochter Petronella Huberdina volgt de zoon Sebastiaan Hubertus, die vernoemd is naar de vader van Anna. Durven Pieter en Anna het niet meer aan om een zoon de namen Jacobus Hubertus te geven? 

Als tenslotte op 22 maart 1861 Anna bevalt van haar zesde zoon en Pieter diens geboorte gaat aangeven – wat hij overigens van al zijn kinderen doet – kan ik me voorstellen dat hij ontzettend twijfelt. Zijn gezin voldoet namelijk niet aan de eerste vernoemingsregel. Hij heeft geen zoon die vernoemd is naar zijn vader, alleen twee die vernoemd zijn naar respectievelijk Pieters grootvader en Anna’s vader. Moet hij nu echt een vierde zoon Jacobus Hubertus noemen, wetend hoe slecht het de eerste drie verging? 

Wat zich in de hoofden van Pieter en Anna heeft afgespeeld is een vraag. Ik weet wel dat ze een oplossing hebben gevonden door de vernoemingsregels wat ruimer te interpreteren. Hoe weet ik dat? Omdat Pieter deze namen opgeeft aan de ambtenaar van de burgerlijke stand: Hubertus Jacobus.


Handtekening Hubertus Jacobus Loven

Hubertus Jacobus wordt een landbouwer die in 1891 met Helena Engelen trouwt en in 1951 overlijdt op de leeftijd van 89 jaar. Het omwisselen van de voornamen heeft dus gewerkt. Hubertus Jacobus krijgt met Helena zes kinderen. Hun laatste kind, geboren in 1902, noemen ze – heel gewaagd – Jacobus Hubertus. 

Hoe dan ook, deze Jacobus Hubertus (roepnaam Jac) leeft lang genoeg om op 22 september 1928 in Thorn te trouwen met Mechtilde Maria Theunissen. Op dat moment is hij boomkweker. Jacobus Hubertus overlijdt begin april 1981, 78 jaar oud, zijn vrouw een paar weken later. 


Familiebericht in Limburgs Dagblad van 7 april 1981

Terwijl zijn vader oud werd dankzij de omwisseling van zijn voornamen, is Jacobus Hubertus de eerste persoon sinds zijn drie vroeggestorven voorouders, die de voornamenvloek weet te trotseren.